De vechtkunst is ook bekend als arnis en kali, en sinds 2009 is arnis bij wet de nationale vechtkunst en sport van de Filipijnen. Op deze pagina lees je waar eskrima vandaan komt, wat je traint, welke bekende systemen er zijn en hoe je veilig oefent.
Eskrima in het kort
Eskrima is de verzamelnaam voor de Filipijnse vechtkunsten met stok, mes en lege hand; arnis en kali zijn andere namen voor dezelfde familie van stijlen. Kenmerkend is dat je met wapens begint: de basis is de rattan stok, de baston, van ongeveer 60 tot 70 centimeter. Je leert slaan en verdedigen met één stok (solo baston), met twee stokken (doble baston), met zwaard en mes (espada y daga), met het mes alleen (daga) en zonder wapen (mano mano).
De slaghoeken en het voetenwerk zijn met en zonder wapen hetzelfde, zodat wat je met de stok leert ook ongewapend bruikbaar is. Je traint veel in tweetallen, met vaste patronen als sinawali, sumbrada en hubud-lubud die geleidelijk vrijer worden. In de Filipijnen is arnis sinds 2009 bij wet de nationale vechtkunst en sport, en internationaal bestaan er wedstrijden met beschermende kleding.
Eskrima, arnis en kali: drie namen
Eskrima (ook gespeld als escrima) komt van het Spaanse esgrima, dat schermen betekent. Arnis komt van het Oudspaanse arnés, dat harnas of wapenrusting betekent. Beide namen stammen dus uit de Spaanse koloniale tijd van de Filipijnen.
De naam kali werd vroeger niet gebruikt en is een twintigste-eeuwse benaming. Mogelijk gaat de naam terug op het oude woord kalis voor een kling, maar die herkomst is omstreden. De Filipijnse wet noemt arnis, eskrima, kali en garrote als namen voor dezelfde vechtkunst, en ook de Nederlandse Wikipedia beschrijft eskrima, kali en arnis als verzamelnamen.
Waar komt eskrima vandaan?
Over het vroege verleden van eskrima is weinig opgeschreven. Veel van de geschiedenis is mondeling doorgegeven of komt uit verhalen van scholen zelf. Als mogelijke wortels worden onder meer inheemse vechtwijzen, Spaanse schermkunst, de Maleisische silat en Chinese invloeden genoemd, maar over het aandeel van elk bestaat geen overeenstemming.
Spaanse verslagen uit de late zestiende eeuw beschrijven gewapende inwoners, maar noemen geen vechtmethode bij naam. Een veelgehoorde verklaring is dat een Spaans decreet burgers verbood om volledige zwaarden te dragen, waarna beoefenaars overstapten op rattan stokken en de vechtkunst bewaarden in dansen en toneelstukken. Hoe groot de invloed van het Spaanse bewind precies was, daarover verschillen de meningen.
In de twintigste eeuw kregen veel stijlen een vaste vorm en een naam. In 1932 werd in Cebu City de school Doce Pares opgericht, in de jaren vijftig ontstond daar Balintawak, en in 1969 richtte Remy Presas in Manilla de Modern Arnis Federation of the Philippines op.
Nationale vechtkunst en sport van de Filipijnen
Op 11 december 2009 werd Republic Act No. 9850 goedgekeurd: de wet die arnis uitroept tot nationale vechtkunst en sport van de Filipijnen. De wet beschrijft arnis als een inheemse Filipijnse vechtkunst en sport met zwaaiende en draaiende bewegingen, met één of twee stokken of vergelijkbare voorwerpen, of met handen en voeten, om te slaan, af te weren, te klemmen en te grijpen.
Het symbool van arnis komt in het zegel van de Philippine Sports Commission, die de wet uitvoert. Bij de jaarlijkse nationale schoolspelen, de Palarong Pambansa, is arnis volgens de wet de eerste sport op de eerste dag. Het ministerie van Onderwijs, de nationale cultuurcommissie en de sportcommissie stellen samen de uitvoeringsregels op.
Wat train je bij eskrima?
Bij eskrima begin je met wapens en komt het ongewapende werk later. De gedachte is dat de hoeken en het voetenwerk met en zonder wapen hetzelfde zijn: het wapen geldt als een verlengstuk van je lichaam. Daardoor zijn veel technieken met de lege hand afgeleid van technieken met stok of mes.
De basis is solo baston: vechten met één stok, de baston of yantok. Bij doble baston gebruik je twee stokken en moet je beide handen even goed gebruiken; dit leer je meestal vanaf gevorderd niveau. Bij espada y daga (Spaans voor zwaard en dolk) combineer je een lang en een kort wapen, en bij daga train je met het mes alleen.
Mano mano is het ongewapende deel, met slagen, klemmen en ontwapeningen, gebaseerd op de wapentechnieken. Ontwapenen speelt in de hele training een rol: veel oefenvormen eindigen met een ontwapening. Sommige stijlen trainen daarnaast met langere wapens, zoals de staf (bangkaw) en de speer (sibat).
Oefenvormen, slaghoeken en voetenwerk
Sinawali betekent 'weven' en is genoemd naar sawali, gevlochten palmblad. Het zijn oefeningen voor twee personen met elk twee stokken, waarmee je lichaamshouding, voetenwerk, kracht in pols en onderarm, oog-handcoördinatie en het gebruik van beide handen traint.
Bij sumbrada voert de ene partner een aanval uit die de ander beantwoordt met een tegenaanval, waarna de rollen steeds wisselen. Hubud-lubud ('binden en losmaken') is een doorlopende oefening met afweren en vastzetten die vast begint en steeds vrijer wordt. Zo bouw je in de training op van vaste patronen naar vrijer spel.
De meeste systemen werken met genummerde slaghoeken. Vaak zijn het er twaalf, maar sommige stijlen gebruiken er vijf en andere tot 72, en elke stijl nummert ze anders. Het abecedario (Spaans voor 'alfabet') is een vaste reeks basisslagen voor beginners.
Het voetenwerk wordt in de meeste eskrima-systemen uitgelegd met driehoeken: je stapt naar een hoek van een denkbeeldige driehoek zonder je benen te kruisen. De driehoek komt daarom ook vaak terug in de logo's van scholen.
Bekende systemen
Doce Pares werd in 1932 in Cebu City opgericht door twaalf meesters; de naam is Spaans voor 'twaalf pairs', een verwijzing naar de paladijnen van Karel de Grote. Ciriaco 'Cacoy' Cañete richtte later Cacoy Doce Pares op, met de nadruk op vechten op korte afstand. Balintawak werd in de jaren vijftig in Cebu ontwikkeld door Venancio 'Anciong' Bacon en is genoemd naar een straatje in Cebu City; de stijl is gebouwd op technieken met één stok.
Modern Arnis is het systeem van Remy Presas, met een rattan stok van ongeveer 28 inch (ruim 70 centimeter). Presas liet leerlingen stok op stok slaan in plaats van op de hand, wat de training veiliger maakte. Pekiti-Tirsia Kali is een familiestijl van de familie Tortal die zich richt op snijdende, slaande en geïmproviseerde wapens; het hoofd van het systeem is Leo Gaje.
Lameco Eskrima is het systeem van Edgar Sulite, die vijf eskrima-systemen samenvoegde en in 1989 naar de Verenigde Staten verhuisde. De naam verwijst naar drie afstanden: lang, middel en kort. In de Verenigde Staten werd Dan Inosanto bekend met het verspreiden van de Filipijnse vechtkunsten; hij geeft les aan de Inosanto Academy in Marina del Rey, Californië.
Eskrima als wedstrijdsport
Internationaal wordt het vaakst gevochten volgens het systeem van de WEKAF (World Eskrima Kali Arnis Federation). Die federatie werd op 11 augustus 1989 in Cebu City opgericht en organiseert om de twee jaar wereldkampioenschappen. Bij de oprichting waren er tien aangesloten landen, in 2016 ongeveer veertig.
Bij sparren met rattan stokken dragen veel beoefenaars hoofd- en handbescherming, en sommigen gebruiken gevoerde stokken. In de Filipijnen is arnis sinds 2006 onderdeel van de Palarong Pambansa, met naast gevechten ook een onderdeel voor vormen (anyo). Niet elke stijl richt zich op wedstrijden: Pekiti-Tirsia Kali noemt zichzelf bijvoorbeeld uitdrukkelijk een gevechtssysteem en geen sport.
Veilig trainen
De gewone trainingsstok is van rattan: hard, duurzaam en licht, en anders dan hout splintert rattan niet snel. Voor sparren bestaan hoofd- en handbescherming en gevoerde stokken. Messen train je met een stomp oefenmes zonder scherpe snede en punt, vaak van rubber.
Veel oefenvormen zijn opgebouwd om controle te houden. Je begint met vaste patronen in een rustig tempo en maakt die pas vrijer als je ze beheerst. Lameco noemt zijn oefenvorm laban laro ('spelend vechten'): zo dicht mogelijk bij een echt gevecht komen zonder iemand te verwonden. Modern Arnis maakte de training veiliger door stok op stok te laten slaan.
Voor wie is eskrima?
Eskrima past bij je als je wilt leren omgaan met wapens en met lege handen, en als je het leuk vindt om veel in tweetallen en in vaste patronen te oefenen. Je traint beide handen, coördinatie en voetenwerk; met twee stokken werken vraagt geduld en komt meestal pas later in de training.
Je hoeft geen wedstrijden te vechten om eskrima te beoefenen: er zijn stijlen en scholen die zich op sport richten en stijlen die zich vooral op zelfverdediging richten. Vraag bij een school na welke stijl er wordt gegeven, welke uitrusting je nodig hebt en hoe de lessen zijn opgebouwd.
Eskrima in Nederland
Ook in Nederland wordt arnis beoefend. Op 2 september 2017 deed de Filipijnse ambassade in Den Haag mee aan het jaarlijkse Embassy Festival, waar Nederlanders uit Breda een arnisdemonstratie gaven; zij waren getraind in de stijl Doce Pares uit Cebu.
Eskrima.nl kent nog geen Nederlandse eskrima- of arnisbond en noemt daarom geen bond. Wil je weten of er bij jou in de buurt les wordt gegeven, kijk dan op de plaatspagina's van Eskrima.nl of vraag het na bij vechtsportscholen in je omgeving.
Stokken en messen: wat zegt de Nederlandse wet?
In Nederland regelt de Wet wapens en munitie welke voorwerpen wapens zijn. Stiletto's, valmessen en vlindermessen zijn verboden (categorie I), net als andere klapmessen met meer dan één snijkant of een lengte van meer dan 28 centimeter in opengeklapte toestand. Onder categorie IV vallen onder meer wapenstokken, zwaarden en messen met meer dan één snijkant, en ook voorwerpen die gezien hun aard of de omstandigheden bedoeld lijken om letsel toe te brengen.
Het is verboden een wapen van categorie IV te dragen: bij je hebben op de openbare weg of op andere openbare plaatsen, anders dan om het te vervoeren. Wie jonger is dan achttien mag een wapen van categorie IV niet voorhanden hebben. Volgens de politie is het verboden een oefenmes (een 'trainer') bij je te hebben; twijfel je over je trainingsmateriaal, raadpleeg dan de wet of de politie.
Dit is een samenvatting van de wettekst en de uitleg van de politie, geen juridisch advies. De wet kan veranderen; kijk bij twijfel op wetten.overheid.nl of vraag het de politie.